Een voorliefde voor honden.
Al op jonge leeftijd wilde ik een hond. Mijn ouders vonden het niets, vooral mijn moeder was bang voor honden. Oma had wel een hond, een bastaard. Toen mijn vader de kruideniers winkel van oma zou overnemen mocht ik Loekie hebben. Loekie was al 12 jaar en oma zag het niet zitten de oude hond mee te nemen naar haar nieuwe huis. Maar ik had pech. We woonden aan een drukke weg, enkel maand voor we zouden verhuizen werd Loekie doodgereden. Dikke tranen heb ik gehuild om het verlies en de teleurstelling.
De jaren verstreken. Op een dag werd er in de winkel ingebroken. Op stel en sprong moest er een waakhond komen. Mijn vader bezocht iemand uit de hondensport die hij vroeg hem te adviseren wat voor soort waakhond aan te schaffen. De man raden mijn ouders aan een hond uit het asiel te halen. Het moest een hond zijn die waakte maar ons gezin geen kwaad zou doen. Bruno trad toe tot de familie. Bruno was een kruising Mechelse herder X collie. Hij had de bouw van een herder en de tekening en kleuren van een collie, hij was al snel onze speelkameraad. Werd ervoor de aanschaf van Bruno een hondenhok met ren gebouwd, al na een half jaar sliep Bruno binnen.
Eerste kennismaking met de KNPV.
Misschien was ik een jaar of 14 toen ik voor het eerst kennis maakte met de politiehondensport. In Halsteren op landgoed “de Beek” werd een wedstrijd gehouden. Het middagprogramma, het stelwerk boeide mij zo dat ik me voornam, dit wil ik ook. In 1980 trouwde ik met Henk. Thuis had hij een Duitse Herder. Toen we trouwde moest ik mijn toemalige bastaard hondje Loekie meenemen. Loekie was een bruine uitvoering van indertijd oma's zwarte hond. Henk had er geen probleem mee toen Loekie van ouderdom overleed en ik een jonge Mechelse herder aanschafte voor de africhting in de politiehondensport.
Een collega Gerrit Timmermans die zelf al jaren ervaring had in het africhten van politiehonden, maakte me in de lunchpauze wegwijs in de onderdelen van de KNPV (Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging). Het duurde nog een half jaar voor ik een club had gevonden waar een vrouw lid kon worden. Ik heb het over ’88, toen waren er in West - Brabant bijna geen vrouwen in deze tak van sport. Uiteindelijk kwam ik bij P.H.V. “Nut en Sport” uit Wouw terecht. Bij deze vereniging leerde ik het dressuurwerk en niet zonder resultaat. Ook Henk vond er zijn draai. In 1992 vroeg hij of hij in de vereniging het pakwerk mocht leren. Nooit heeft hij de intentie gehad zelf een hond op te leiden tot politiehond. De eerste 8 jaar beschouwde hij het helperswerk als van hem, dit tot groot genoegen van de leden. Na de training is er thuis alrijd nog de nodige gesprekstof over onze honden. Alhoewel Henk nooit een hond heeft afgericht, ziet hij vaak wel wat voor kwaliteiten een hond heeft. Samen hopen we deze sport nog jaren te kunnen bedrijven.
Henk en Lia.